ECLI:NL:RBGRO:2009:BK1278
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst zonder vergoeding wegens vertrouwensbreuk na ontslag op staande voet
De werknemer B. was sinds 1999 in dienst bij A. als bedrijfsleider. Op 17 mei 2009 nam B. op zijn vrije dag een fles Bacardi vanachter de bar mee, wat door A. werd aangemerkt als diefstal en leidde tot ontslag op staande voet. B. betwistte het oogmerk tot diefstal en stelde dat hij de fles had uitgeleend aan een collega horecaondernemer, wat volgens hem gebruikelijk is in de branche.
Na het ontslag stopte A. met het betalen van salaris, waarna B. de nietigheid van het ontslag inriep en zich beschikbaar hield voor werk. De kantonrechter kende aanvankelijk een ontbindingsvergoeding toe aan B., maar A. trok het verzoek in. Later verzocht B. voorwaardelijk om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met vergoeding, wat werd behandeld samen met een kort geding.
De kantonrechter concludeerde dat B. de fles zonder toestemming had meegenomen en dat zijn verklaring over het uitlenen en retourneren van de fles ongeloofwaardig was. Het kort geding oordeelde voorshands dat er een dringende reden was voor ontslag op staande voet. Hierdoor was de vertrouwensrelatie zodanig verstoord dat ontbinding zonder vergoeding passend was.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 oktober 2009 zonder vergoeding aan B. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. B. kreeg de mogelijkheid het verzoek tot ontbinding in te trekken.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 oktober 2009 zonder vergoeding wegens vertrouwensbreuk na ontslag op staande voet.