ECLI:NL:RBGRO:2009:BK1218
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag van leraar met arbeidsongeschiktheid en onvoldoende re-integratie
De zaak betreft een leraar die na bijna 30 jaar dienstverband bij AOC werd ontslagen na langdurige arbeidsongeschiktheid. De werknemer had spanningsklachten en psychische problemen die deels werkgerelateerd waren. Ondanks diverse re-integratiepogingen, waaronder arbeidstherapie en outplacement, vond de kantonrechter dat de werkgever onvoldoende inspanningen had geleverd om passend werk binnen de organisatie te vinden.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was op grond van het gevolgencriterium en vorderde een schadevergoeding. De werkgever betwistte dit en stelde onder meer dat de re-integratieverplichtingen waren nagekomen en dat de vordering was verjaard.
De rechter oordeelde dat de werknemer tijdig zijn rechten had gestuit en dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege het tekortschieten van de werkgever in de re-integratie en het ontbreken van financiële voorzieningen. De kantonrechter paste een correctiefactor toe en kende een bruto schadevergoeding van €72.000 toe, naast wettelijke rente en proceskosten.
De uitspraak sluit aan bij de jurisprudentie van de zomerarresten van de hoven, met een variabele correctiefactor. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten, terwijl buitengerechtelijke kosten werden afgewezen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige re-integratie-inspanningen en het wegen van belangen bij ontslag van langdurig arbeidsongeschikte werknemers.
Uitkomst: Het ontslag van de werknemer wordt kennelijk onredelijk geoordeeld en AOC wordt veroordeeld tot betaling van een bruto schadevergoeding van €72.000 met wettelijke rente en proceskosten.