ECLI:NL:RBGRO:2009:BI8385
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit WWB wegens onvoldoende beoordeling uitzichtloze situatie
Eiser voerde bezwaar aan tegen de terugvordering van € 13.077,78 op grond van artikel 59 WWB Pro, omdat hij leed aan preseniele dementie en zijn financiële situatie uitzichtloos was. Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat geen dringende reden bestond om van terugvordering af te zien.
De rechtbank stelde vast dat eiser samenwoonde met een persoon die ten onrechte WWB-uitkering ontving, waardoor terugvordering mogelijk was. Echter, verweerder had onvoldoende onderzocht of de terugvordering gezien de medische en financiële situatie van eiser tot onaanvaardbare gevolgen leidde.
De medische stukken toonden ernstige cognitieve beperkingen en een verslechterende gezondheid door financiële problemen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom terugvordering niet onaanvaardbaar was en dat het besluit daarom niet in stand kon blijven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het terugvorderingsbesluit wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering over de uitzichtloze medische en financiële situatie van eiser.