ECLI:NL:RBGRO:2008:BL3750
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende bewijs dienstverband in kort geding
Eiser vordert in kort geding te erkennen dat hij sinds september 2003 in dienst is van gedaagde en aanspraak maakt op salarisbetaling. Eiser stelt dat hij 38 uur per week als automonteur werkte en sinds zijn ziekmelding in juli 2008 geen salaris meer ontvangt. Gedaagde betwist het bestaan van een arbeidsovereenkomst en stelt dat partijen als vennoten samenwerkten.
De kantonrechter stelt vast dat partijen verdeeld zijn over de kwalificatie van hun rechtsverhouding. Er is een uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat partijen als vennoten stonden ingeschreven, en dat de V.O.F. per 1 augustus 2008 is ontbonden waarna gedaagde de onderneming voortzette.
De rechter oordeelt dat de vraag of sprake is van een dienstverband slechts kan worden beantwoord na nadere bewijsvoering over de feitelijke samenwerking. Omdat een kort geding zich niet leent voor uitgebreide bewijsvoering, worden de vorderingen afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen afgewezen wegens onvoldoende bewijs van dienstverband in kort geding.