ECLI:NL:RBGRO:2008:BL0638
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in arbeidsrechtelijke ontbindingsprocedure
F., sinds 1994 in dienst bij Stichting Kinderopvang Stad Groningen (SKSG), verzocht om een voorlopig getuigenverhoor om bewijs te verzamelen tegen beschuldigingen in een brief van medewerkers. Deze beschuldigingen betroffen haar gedrag jegens collega’s. SKSG had de arbeidsovereenkomst met F. laten ontbinden wegens verstoorde arbeidsverhoudingen, waarbij de kantonrechter een vergoeding toekende.
F. wilde het getuigenverhoor gebruiken om de inhoud en grondslag van de beschuldigingen te onderzoeken en de haalbaarheid van een mogelijke civiele procedure te beoordelen. SKSG verzette zich tegen het verzoek, stellende dat het niet voldeed aan de eisen van concreet bewijsaanbod en dat F. misbruik van procesrecht maakte.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 187 Rv Pro en dat het belang van F. in het kader van de ontbindingsprocedure was komen te vervallen door de eerdere beschikking. Bovendien was de inhoud van de brief al bekend en kon het getuigenverhoor geen nieuwe feiten aan het licht brengen. Ook was het niet mogelijk om aspecten die reeds in de ontbindingsprocedure waren meegewogen opnieuw aan de orde te stellen.
Daarom werd het verzoek afgewezen en werd F. veroordeeld in de proceskosten van SKSG. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter F.B. Böttcher op 10 juli 2008.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen en verzoekster wordt veroordeeld in de proceskosten.