ECLI:NL:RBGRO:2008:BG3936
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens niet-herstel gebreken na brand
Partijen sloten een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte met een looptijd van vijf jaar. Na een brand in de bovenwoning ontstond aanzienlijke schade aan het gehuurde, waardoor het tijdelijk onbruikbaar werd. De verhuurder bood alternatieve bedrijfsruimte aan, maar de huurders maakten hier geen gebruik van en ontbonden de huurovereenkomst buitengerechtelijk op grond van artikelen 6:267 en 7:210 BW.
De verhuurder vorderde in kort geding dat de huurders het gehuurde weer in gebruik namen en de achterstallige huur betaalden. De kantonrechter oordeelde dat de huurders geen intentie hadden het gehuurde te betrekken, hetgeen bleek uit het verwijderen van de inboedel en het niet reageren op herstelvoorstellen.
Op grond van artikel 7:210 BW Pro is ontbinding mogelijk indien een gebrek het genot geheel onmogelijk maakt en de verhuurder niet verplicht is dit te herstellen. De kantonrechter stelde vast dat de ontbinding rechtsgeldig was en dat de huurovereenkomst daarmee was geëindigd. De vorderingen van de verhuurder werden daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig ontbonden en de vorderingen van de verhuurder worden afgewezen.