ECLI:NL:RBGRO:2008:BF9966
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing moeder in gezag en voorlopige voogdij door Bureau Jeugdzorg
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om de moeder te schorsen in de uitoefening van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind en Bureau Jeugdzorg (Bbz) aan te stellen als voorlopige voogd. Dit verzoek werd gedaan vanwege ernstige zorgen over het welzijn en de ontwikkeling van het kind, mede door de psychische problematiek van de moeder en haar onverantwoorde opstelling.
De moeder en het kind verbleven enige tijd in een opvangvoorziening vanwege geweld in de thuissituatie. Na vertrek uit deze voorziening verbleef de moeder kort op een psychiatrische afdeling in Frankrijk in een psychotische toestand. De Raad achtte het noodzakelijk dat de voorlopige voogdij gehandhaafd bleef om het kind te beschermen.
Tijdens de zitting verklaarde Bureau Jeugdzorg bereid te zijn de voorlopige voogdij op zich te nemen en gaf aan dat het kind rustiger was sinds plaatsing in een pleeggezin. De moeder gaf aan aan zichzelf te werken en contact te hebben met hulpverleningsinstanties.
De kinderrechter oordeelde dat de spoedeisende maatregel van schorsing van de moeder in het gezag en het belasten van Bureau Jeugdzorg met de voorlopige voogdij dringend noodzakelijk was en bekrachtigde de beschikking voor een periode van drie maanden, met de mogelijkheid tot verlenging indien binnen zes weken geen voorziening in het gezag was verzocht.
Uitkomst: De moeder wordt geschorst in het gezag en Bureau Jeugdzorg krijgt voorlopige voogdij over het kind voor drie maanden.