ECLI:NL:RBGRO:2008:BD6244
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Strafrechtelijke beoordeling van voetbalmishandeling met tuchtrechtelijke afdoening
Op 22 september 2007 pleegde verdachte tijdens een voetbalwedstrijd in Zuidhorn een opzettelijke schoppartij tegen een tegenstander, waarbij het slachtoffer een gebroken elleboog opliep. De overtreding werd door de scheidsrechter bestraft met een rode kaart en door de KNVB met een schorsing van een maand.
De officier van justitie vorderde een geldboete wegens mishandeling, maar de rechtbank oordeelde dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel kon worden aangemerkt. De medische verklaring was onvoldoende om zwaar letsel vast te stellen en het letsel werd naar gewoon spraakgebruik als onvoldoende ernstig beschouwd.
De rechtbank stelde vast dat verdachte opzettelijk handelde met het oog op het veroorzaken van pijn of letsel, gebaseerd op verklaringen van meerdere getuigen en de scheidsrechter. Desondanks werd besloten geen straf op te leggen omdat de overtreding reeds tuchtrechtelijk door de KNVB was bestraft en er geen bijzondere omstandigheden waren die strafrechtelijke vervolging noodzakelijk maakten.
De rechtbank veroordeelde verdachte wel tot betaling van € 367,48 aan het slachtoffer voor materiële schade. De strafrechtelijke afdoening vond plaats binnen het kader van artikel 9a Sr, waarbij strafoplegging werd achterwege gelaten vanwege de tuchtrechtelijke sanctie.
Uitkomst: Verdachte wordt schuldig verklaard maar krijgt geen straf opgelegd wegens voldoende tuchtrechtelijke bestraffing door KNVB.