ECLI:NL:RBGRO:2008:BD2804
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onrechtmatige afgifte van bedrijfsafvalstoffen zonder juiste omschrijving
Verdachte heeft op 19 januari 2006 in de gemeente Groningen zich ontdaan van bedrijfsafvalstoffen, bestaande uit een mengsel van grond, houtsnippers, verlijmd hout, rubber en vloerbedekking, door deze af te geven aan een onbevoegde derde, [medeverdachte]. De bodem van de paardenbak van zijn manege werd vervangen en de oude bodem werd door [medeverdachte] afgevoerd en opgeslagen zonder de vereiste begeleidingsbrief en omschrijving van de afvalstoffen.
De officier van justitie stelde dat de bodem als bedrijfsafvalstof moest worden aangemerkt en dat verdachte opzettelijk handelde. De verdediging voerde aan dat de bodem geen afval was, dat de bodem nuttig werd hergebruikt, dat het onderzoek naar de samenstelling summier was en dat verdachte te goeder trouw handelde.
De rechtbank oordeelde dat de bodem als bedrijfsafvalstof moet worden beschouwd en dat verdachte zich ontdaan heeft van deze afvalstoffen door afgifte aan een onbevoegde derde. Het verweer omtrent de samenstelling en de mogelijke vervuiling na de eerste controle werd verworpen. Verdachte werd vrijgesproken van het tweede tenlastegelegde feit, omdat niet kon worden bewezen dat [medeverdachte] een bevoegde partij was.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een geldboete van € 1000,- waarvan € 250,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bij niet-betaling geldt vervangende hechtenis van 20 dagen. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en het belang van bescherming van mens en milieu tegen ongecontroleerde afvalverwijdering.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van € 1000,- waarvan € 250,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.