ECLI:NL:RBGRO:2008:BC9249
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.W. van Weringh
- P.H.M. Smeets
- A.F. Gerding
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs schudincident bij baby
De rechtbank Groningen behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het veroorzaken van het overlijden van een baby door het shaken baby syndroom. De tenlastelegging betrof het opzettelijk schudden van het kind, wat zou hebben geleid tot ernstige hersenbeschadiging en de dood van het slachtoffer.
De medische rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut, forensisch kinderarts Bilo en contra-expert prof. Van Nieuwenhuizen bevestigden dat het slachtoffer was overleden aan hersenbeschadiging veroorzaakt door schudden. Er was discussie over het exacte tijdstip van het schudincident, met name of het na 11.00 uur had plaatsgevonden toen verdachte alleen met het kind was. De officier van justitie stelde dat verdachte het letsel had toegebracht, terwijl de verdediging betoogde dat ook de moeder als mogelijke dader in aanmerking kwam.
De rechtbank oordeelde dat het niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het schudincident na 11.00 uur had plaatsgevonden, waardoor niet kon worden uitgesloten dat de moeder het letsel had toegebracht. Ook werden tijdens het politieverhoor onrechtmatige drukmiddelen toegepast, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Uiteindelijk sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en dient civielrechtelijk te worden behandeld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het fatale schudincident heeft veroorzaakt.