ECLI:NL:RBGRO:2008:BC6614
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- K.R. Bosker
- C. van den Noort
- A. Goederee
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap na DNA-onderzoek zonder kostenveroordeling
In deze zaak vordert de vrouw, wettelijk vertegenwoordiger van het minderjarige kind, de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van B. De rechtbank heeft een deskundigenbericht laten opstellen door Sanquin Bloedbank, waarin met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid is vastgesteld dat C. de biologische vader is van het kind.
De rechtbank overweegt dat het bewijsrechtelijke uitgangspunt van artikel 149 lid 1 Rv Pro geldt, waarbij feiten die niet voldoende worden betwist als vaststaand worden aangenomen, tenzij de rechter nader bewijs verlangt vanwege het rechtsgevolg. In dit geval is gekozen voor een DNA-onderzoek om de vaderschapsvraag te beantwoorden.
Omdat geen van de procespartijen enige aanwijzing voor twijfel over de vaststaande feiten heeft aangedragen, ziet de rechtbank geen reden om de vrouw te veroordelen in de kosten van het DNA-onderzoek. Daarom worden deze kosten ten laste van de Rijkskas gebracht.
De ontkenning van het vaderschap van B. wordt gegrond verklaard, waarmee het vaderschap van B. wordt verworpen ten gunste van C. als biologische vader. De beslissing is genomen in het belang van het minderjarige kind en conform de geldende wettelijke normen.
Uitkomst: De ontkenning van het vaderschap van B. wordt gegrond verklaard en de kosten van het DNA-onderzoek worden door de staat gedragen.