ECLI:NL:RBGRO:2008:BC5920
Rechtbank Groningen
- Raadkamer
- A.F. Gerding
- G. Laman
- A. van den Berg-Schoof
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en tenuitvoerlegging van Duitse voorwaardelijke straf wegens drugssmokkel
De rechtbank Groningen behandelde het verzoek tot tenuitvoerlegging van een bij verstek gewezen Duitse rechterlijke beslissing tegen veroordeelde, die was veroordeeld voor de invoer van een grote hoeveelheid verdovende middelen en medeplichtigheid daaraan. Hoewel het verzoek niet persoonlijk aan veroordeelde was betekend, oordeelde de rechtbank dat het verzoek toch in behandeling kon worden genomen vanwege de omstandigheden en het toepasselijke Europese verdrag dat geen verzet voorziet.
De rechtbank stelde vast dat de strafzaak betrekking had op ernstige drugsmisdrijven gepleegd in Duitsland, waarbij de Duitse strafmaat hoger is dan in Nederland. Bij de beoordeling van de strafmaat legde de rechtbank de Nederlandse kwalificatie van het feit ten grondslag en hield rekening met zowel de Nederlandse als Duitse opvattingen over de ernst van het delict, alsmede met de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde, waaronder het ontbreken van recente soortgelijke veroordelingen.
De rechtbank verleende verlof tot tenuitvoerlegging van de Duitse beslissing en legde een gevangenisstraf van twaalf maanden op, met aftrek van de tijd die veroordeelde reeds in Duitse detentie had doorgebracht. Hiermee werd voldaan aan de wettelijke vereisten van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (WOTS) en het Europese verdrag inzake tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen.
Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging verleend en twaalf maanden gevangenisstraf opgelegd met aftrek van reeds doorgebrachte detentietijd.