ECLI:NL:RBGRO:2008:BC5043
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Stuiver
- H.J. Bastin
- S. Tempel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs seksueel binnendringen en diefstal
Verdachte werd beschuldigd van het seksueel binnendringen van een vrouw die zich in een staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht bevond, en van diefstal van een zwarte slip. De officier van justitie baseerde zijn bewijs op de aangifte, een zedenkit, een verklaring van verdachte en DNA-sporen op het slachtoffer.
De verdediging voerde aan dat aangeefster zich niets kon herinneren en dat verdachte ontkende, waarbij hij verklaarde beelden te hebben gezien maar geen daadwerkelijke herinnering had. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van verdachte geen echte bekentenis was en dat de DNA-sporen onvoldoende bewijs leverden voor het binnendringen.
Ten aanzien van de diefstal was er geen specifieke aangifte en ontkende verdachte het feit, met een plausibele verklaring dat de slip aan zijn dochter toebehoorde. De rechtbank sprak verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, die slechts bij de burgerlijke rechter kan worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor seksueel binnendringen en diefstal.