ECLI:NL:RBGRO:2008:BC3465
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.W. Janssen
- U. van Houten
- P. Mendelts
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling voor inrichting Ulsderpolder als noodbergingsgebied gegrond verklaard
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 1 september 2006, waarbij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reiderland een vrijstelling verleende op grond van artikel 19, tweede lid, WRO voor de inrichting en het gebruik van de Ulsderpolder als noodbergingsgebied.
De rechtbank overweegt dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen, met uitgebreide inspraakmogelijkheden en een goede ruimtelijke onderbouwing. Nut en noodzaak van de noodberging zijn aangetoond op basis van onafhankelijk onderzoek en strategische milieubeoordeling. Alternatieven zijn onderzocht en afgewogen, waarbij geen gelijkwaardig alternatief met minder bezwaren is gebleken.
De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt, waarbij de belangen van realisatie van het inrichtingsplan zwaarder wegen dan de belangen van eisers. De gevolgen voor landbouw zijn onderzocht en er is een flankerend beleid opgesteld ter compensatie. Eisers zijn niet in zodanige mate in hun belangen geschaad dat het besluit onredelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijstelling voor de inrichting van de Ulsderpolder als noodbergingsgebied wordt ongegrond verklaard.