ECLI:NL:RBGRO:2007:BC5447
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.R. van Baak-Klijnsma
- Rechtspraak.nl
Nietigheid effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken toestemming echtgenote
De rechtbank Groningen behandelde een geschil tussen [eiser] en [eiseres] enerzijds en Dexia Bank Nederland NV anderzijds over een effectenleaseovereenkomst genaamd WinstVerDriedubbelaar. De overeenkomst betrof een huurkoop van aandelen met een looptijd van 36 maanden, waarbij betaling in termijnen was afgesproken. [Eiser] had na betaling van 34 termijnen de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden wegens het ontbreken van toestemming van zijn echtgenote [eiseres].
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst kwalificeert als huurkoop in de zin van artikel 7A:1576h BW, en dat voor het sluiten van een dergelijke koop op afbetaling toestemming van de echtgenoot vereist is op grond van artikel 1:88 BW Pro. Omdat schriftelijke toestemming ontbrak, was de overeenkomst vernietigbaar. Het beroep op verjaring door Dexia werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat [eiseres] vóór 24 juni 2002 van de overeenkomst op de hoogte was.
De rechtbank stelde vast dat Dexia de vordering van [eisers] tot terugbetaling van betaalde termijnen met rente moest toewijzen en dat de vordering van Dexia tot betaling van de restschuld werd afgewezen. Dexia werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter G.R. van Baak-Klijnsma op 19 december 2007.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomst is nietig wegens ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenote en Dexia moet betaalde termijnen met rente terugbetalen.