ECLI:NL:RBGRO:2007:BC3169
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen subsidiebesluit wegens schending hoorplicht en beoordeling terugvordering indicaties
Eiser, het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Groningen, stelde beroep in tegen het besluit van 26 september 2006 waarin de subsidie over 2004 gedeeltelijk werd vastgesteld. Eiser stelde dat verweerder, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden, met name de hoorplicht.
De rechtbank constateerde dat verweerder naliet eiser te horen over het bezwaar, ondanks een verzoek om uitstel van de hoorzitting. Dit was een schending van artikel 7:2, eerste lid, Awb, wat tot vernietiging van het besluit leidde. Desondanks besloot de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de terugvordering van subsidie wegens overschrijding van indicatietermijnen terecht was. Het subsidieverleningskader en de wet- en regelgeving werden uitvoerig besproken, waarbij het standpunt van eiser over automatische verlenging van indicaties werd verworpen. Ook werd geen schending van het gelijkheidsbeginsel vastgesteld.
De rechtbank wees het beroep deels toe, vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen, en wees de Staat aan om het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht, het subsidiebesluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.