ECLI:NL:RBGRO:2007:BB9121
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij verzoek ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige in spoedeisend geval
De Raad voor de Kinderbescherming heeft op 27 september 2007 een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling en voorlopige uithuisplaatsing van de minderjarige A., die met zijn ouders in Spanje woont. De ouders betwisten de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, stellende dat de gewone verblijfplaats van het kind in Spanje is en dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft volgens de Verordening Brussel II bis en het Haags Kinderschermingsverdrag.
De kinderrechter heeft op 17 oktober 2007 geoordeeld dat ondanks de gewone verblijfplaats in Spanje, de Nederlandse rechter bevoegd is vanwege een spoedeisende situatie in de zin van artikel 20 van Pro de Verordening Brussel II bis. Er zijn ernstige zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van het kind, mede door de voorgeschiedenis van de moeder die eerder ontzet is uit het gezag over haar andere kinderen vanwege seksueel misbruik en mishandeling.
De kinderrechter bekrachtigde de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden en hield de beslissing over de definitieve ondertoezichtstelling aan tot een volgende zitting. De zaak wordt verder behandeld met gesloten deuren, waarbij de Raad een rapport en advies moet overleggen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De Nederlandse kinderrechter is bevoegd en bekrachtigt de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor drie maanden wegens spoedeisende zorgen over het welzijn van het kind.