ECLI:NL:RBGRO:2007:BB7190
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen mensenhandel met uitbuiting kwetsbare vrouwen
De rechtbank Groningen heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel in de periode van juli 2001 tot december 2003. Verdachte had een belangrijke rol in het aanwerven, vervoeren en uitbuiten van voornamelijk vrouwen uit een arm gebied in het buitenland, die in Nederland gedwongen werden tot prostitutie. De vrouwen werden onderworpen aan vrijheidsbeperkende regels, waaronder het innemen van paspoorten, het bepalen van werktijden en het afdwingen van afdracht van verdiensten.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte samen met medeverdachten deze vrouwen onder psychische druk en afhankelijkheid hield, waardoor zij hun vrijheid om te stoppen met prostitutie verloren. Het bewijs bestond uit consistente verklaringen van slachtoffers en verdachte zelf, ondanks enkele ontlastende getuigenverklaringen. Een tenlastegelegde abortusdwang werd niet bewezen verklaard.
Hoewel sprake was van overschrijding van de redelijke termijn, achtte de rechtbank dit geen reden voor niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, maar hield hier rekening mee bij de strafoplegging. Verdachte werd veroordeeld tot 17 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. De rechtbank benadrukte het belang van keuzevrijheid in het beroep van prostituee en veroordeelde het misbruik van de afhankelijke positie van de slachtoffers.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 17 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van mensenhandel.