ECLI:NL:RBGRO:2007:BB4151
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. den Hollander
- H.J. Bastin
- E. Gottschal
- Rechtspraak.nl
Terugvordering uitkering onderwijsachterstanden wegens overschrijding bestedingsperiode
Eiser, het college van burgemeester en wethouders van Vlagtwedde, maakte bezwaar tegen het besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om een bedrag van €109.426,50 terug te vorderen dat onrechtmatig was besteed in de periode 1998-2002 (GOA1). Tevens werd een reserve voor de periode 2002-2006 (GOA2) opgehoogd met €12.620,35. De rechtbank oordeelde dat de wetgeving, met name artikel 168 WPO Pro, duidelijk maakt dat gelden voor onderwijsachterstanden per vier jaar worden toegekend en dat overheveling van middelen naar een volgende periode niet is toegestaan.
De rechtbank stelde vast dat het besluit van 23 juli 2002, waarop eiser zich beroept als het aangaan van een verplichting, geen betrekking kon hebben op GOA1-activiteiten omdat deze periode per 31 juli 2002 eindigde. De bezwaren van eiser tegen de terugvordering werden daarom ongegrond verklaard. Wel werd een deel van de terugvordering (€3.888,92) geaccepteerd na overlegging van een accountantsverklaring.
De rechtbank concludeerde dat de terugvordering terecht was gebaseerd op het niet binnen de juiste periode besteden van de middelen en dat het bestreden besluit de rechtmatigheidstoets kon doorstaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de uitkering wegens overschrijding van de bestedingsperiode wordt ongegrond verklaard.