ECLI:NL:RBGRO:2007:BB3115
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Oplegging bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Eiser maakte bezwaar tegen een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat hij een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid zou hebben laten verrichten. De arbeid bestond uit het afleveren en ophalen van voedselbakken in het restaurant van eiser.
De rechtbank overweegt dat het feitelijk laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning voldoende is om als werkgever in de zin van de Wav te worden aangemerkt, ongeacht de duur, omvang of aard van de werkzaamheden. Het enkele feit dat de werkzaamheden eenmalig waren en op initiatief van de vreemdeling plaatsvonden, doet hieraan niet af.
Eiser stelde dat hij uitdrukkelijke instructies had gegeven geen vreemdelingen te laten werken en dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst, maar de rechtbank benadrukte dat de ondernemer verantwoordelijk blijft voor wat er in zijn onderneming gebeurt. De hoogte van de boete werd eveneens als proportioneel beoordeeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.