ECLI:NL:RBGRO:2007:BA9520
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J.A.M. Dijkers
- Rechtspraak.nl
Recht op omgang tussen zussen bij frontotemporale dementie en belangenafweging
Eiseres, een 63-jarige vrouw, verlangt omgang met haar 61-jarige zuster die lijdt aan frontotemporale dementie en wordt verzorgd door haar echtgenoot, gedaagde. Gedaagde weigert het contact omdat hij meent dat omgang onrust en onwelbevinden bij de patiënte veroorzaakt en de zorglast verhoogt. De rechtbank erkent het recht op family life tussen de zussen op grond van artikel 8 EVRM Pro en stelt vast dat eiseres dit recht indirect kan inroepen via een onrechtmatige daad.
De rechtbank laat een deskundige, prof. J.P.J. Slaets, klinisch geriater, onderzoek doen naar de vraag of omgang gecontra-indiceerd is in het belang van de patiënte. Het rapport concludeert dat de patiënte ernstig dement is en geen betekenis meer kan geven aan dierbare personen uit het verleden. Omgang zal waarschijnlijk leiden tot onrust en een toename van de zorglast voor gedaagde. Telefonisch contact wordt als zinloos beoordeeld.
Desondanks oordeelt de rechtbank dat beperkt bezoek van drie uur per maand niet een dermate groot nadeel oplevert dat het recht op omgang kan worden ontzegd. Er kunnen beperkingen worden gesteld aan de omgang om het belang van de patiënte te waarborgen. Gedaagde wordt veroordeeld om het contact toe te staan, met een dwangsom bij overtreding. Telefonisch contact wordt afgewezen vanwege het gebrek aan belang en de toestand van de patiënte.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het toestaan van drie uur per maand omgang tussen eiseres en de dementerende patiënte, met een dwangsom bij overtreding.