ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ9171
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning met bodemverontreiniging en grondwaterproblematiek
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €221.000 voor de periode 1 januari 2005 tot 1 januari 2007. Verweerder had deze waarde bevestigd in een uitspraak op bezwaar. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Groningen.
De rechtbank beoordeelde het taxatierapport van taxateur Van Nispen, waarin de woning werd vergeleken met vier vergelijkingsobjecten. De rechtbank constateerde dat de taxateur de woning zorgvuldig had bezichtigd en de buren geplaatste schutting had meegenomen in de waardering. Ook bleken de kadastrale MIL-aantekeningen over bodemverontreiniging geen waardedrukkend effect te hebben, omdat na sanering geen gebruiksbeperkingen voor woondoeleinden waren vastgesteld.
Eiser voerde aan dat het hoge grondwaterpeil in de kruipruimte een waardedrukkend effect zou hebben. De rechtbank stelde vast dat dit aspect niet in het taxatierapport was meegenomen en dat de vergelijkingsobjecten niet vergelijkbaar waren op dit punt. Daarom stelde de rechtbank de waarde van de woning in goede justitie vast op €210.000, lager dan de door verweerder vastgestelde waarde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de nieuwe waarde in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. De uitspraak werd gedaan op 31 oktober 2006 door mr. M.P. den Hollander.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €210.000 vanwege onvoldoende rekening met het hoge grondwaterpeil.