ECLI:NL:RBGRO:2006:AY8563
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Stadsduiven zijn geen beschermde inheemse diersoort onder de Flora- en faunawet
De Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Dieren verzocht de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op te treden tegen het vangen en doden van stadsduiven in Groningen, stellende dat deze duiven beschermde inheemse diersoorten zijn onder de Flora- en faunawet (Ffw). De kern van het geschil betrof de vraag of stadsduiven als gedomesticeerde vogels kunnen worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de rotsduif, waaronder ook stadsduiven vallen, in het besluit aanwijzing dier- en plantensoorten als gedomesticeerde vogelsoort is aangewezen. De stadsduiven worden beschouwd als verwilderde nakomelingen van gedomesticeerde duiven, waardoor zij niet vallen onder de beschermde inheemse diersoorten volgens de Ffw. De motie van de Tweede Kamer om de rotsduif uit de lijst te schrappen verandert hieraan niets zolang de wet niet is aangepast.
Verder werd geoordeeld dat het vangen en doden van deze duiven niet in strijd is met de Vogelrichtlijn, aangezien deze richtlijn alleen betrekking heeft op natuurlijk in het wild levende vogelsoorten. Ook het incidenteel 'meevangen' van andere vogels rechtvaardigt geen handhaving, omdat deze vogels worden vrijgelaten en het vangen daarvan niet de bedoeling is.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af en concludeerde dat de Minister niet bevoegd is om op te treden tegen het vangen en doden van stadsduiven onder de huidige wettelijke bepalingen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het vangen en doden van stadsduiven wordt afgewezen omdat deze duiven geen beschermde inheemse diersoort zijn onder de Flora- en faunawet.