ECLI:NL:RBGRO:2006:AY6492
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke terugverwijzing wegens onvoldoende objectafbakening WOZ-waarde
Verweerder stelde de WOZ-waarde van een woning met inpandige garage en berging vast, maar eisers betwistten dat het pand een samenstel vormt volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet voldeed aan zijn bewijslast omdat onvoldoende is onderzocht of beide eigendommen bij elkaar behoren. Hoewel verweerder verwees naar een eerdere inpandige opname in 2004, kon hij geen gegevens daarvan overleggen en bleek dat de huidige taxateur de woning slechts van buiten had bezichtigd.
De rechtbank vond dat bij een geschil over objectafbakening een inpandige opname noodzakelijk is en dat verweerder deze had moeten verrichten. Omdat het voorgaande niet was gebeurd, werd het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde behandeling met inachtneming van deze uitspraak.
Proceskostenveroordeling werd niet uitgesproken omdat niet was gebleken dat eisers kosten hadden gemaakt die voor vergoeding in aanmerking kwamen. De uitspraak werd op 9 juni 2006 in het openbaar uitgesproken door mr. M.P. den Hollander.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege onvoldoende onderzoek naar de objectafbakening.