ECLI:NL:RBGRO:2006:AY3761
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.B. Holsink
- M. Griffioen
- B.W.M. van der Lugt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel door steekincident
Op 11 maart 2006 heeft verdachte in Groningen tijdens een vechtpartij een vrouw met een mes in de buik gestoken, wat heeft geleid tot een miltperforatie en een snijwond. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk mishandeling heeft gepleegd met zwaar lichamelijk letsel als gevolg, maar sprak hem vrij van poging tot doodslag wegens onvoldoende bewijs van opzet.
De verdediging voerde aan dat opzet, ook in de vorm van voorwaardelijk opzet, niet bewezen kon worden. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat hij iemand zou verwonden door het mes te hanteren in een vechtpartij. Dit werd onderbouwd met zijn eigen verklaringen en de omstandigheden van het incident.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het letsel en de omstandigheden waaronder het feit werd gepleegd, evenals met het verleden van verdachte, die eerder was veroordeeld voor soortgelijke feiten, maar meer dan vijf jaar geleden. De straf werd vastgesteld op acht maanden gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden opgelegd.
Daarnaast werd het mes dat bij het delict werd gebruikt onttrokken aan het verkeer. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de tijd die verdachte daarvoor had doorgebracht werd in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel.