ECLI:NL:RBGRO:2006:AW1838
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Smeets
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken schriftelijk bevel bij pseudo-koop in drugszaken
De zaak betreft een vervolging van verdachte wegens het verkopen en aanwezig hebben van heroïne en cocaïne in Groningen in de periode juli tot september 2005. Het bewijs werd grotendeels verkregen via een door verbalisanten georganiseerde pseudo-koop.
De verdediging voerde aan dat de pseudo-koop niet rechtsgeldig was omdat er geen schriftelijk bevel van de officier van justitie was afgegeven, zoals vereist in artikel 126i van het Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie stelde dat het ontbreken van dit schriftelijke bevel niet tot niet-ontvankelijkheid moest leiden.
De politierechter oordeelde dat het ontbreken van het schriftelijke bevel een ernstig verzuim is. De wetgever heeft expliciet bepaald dat een pseudo-koop alleen op schriftelijk bevel van de officier van justitie mag plaatsvinden, inclusief een belangenafweging die uit het bevel moet blijken. Omdat dit schriftelijke stuk ontbrak en ook geen schriftelijke toestemming achteraf aanwezig was, kon niet worden vastgesteld dat aan deze voorwaarden was voldaan.
Daarom verklaarde de politierechter het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Dit oordeel werd uitgesproken tijdens de terechtzitting van 13 april 2006.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijk bevel voor de pseudo-koop.