ECLI:NL:RBGRO:2006:AV9505
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging uithuisplaatsing minderjarige in pleegzorg met uiteindelijke plaatsing bij familie
De rechtbank Groningen heeft op 17 maart 2006 een beschikking gegeven over de uithuisplaatsing van een onder toezicht staande minderjarige. Na uitgebreid psychologisch onderzoek en het horen van betrokken partijen is geconcludeerd dat het in het belang van het kind is dat de huidige pleegplaatsing wordt voortgezet, met een uiteindelijke overplaatsing naar haar oom en tante.
Het onderzoek toonde aan dat het kind zich gehecht heeft aan haar pleegouders, maar door loyaliteitsgevoelens haar contact met haar biologische familie beperkt, wat haar emotionele ontwikkeling remt. De kinderrechter weegt de risico’s van een verandering af tegen de voordelen van een plaatsing dichter bij haar familie, die haar identiteit en wortels beter kan ondersteunen.
Ondanks een afwijkend advies van een andere instelling, acht de kinderrechter de rapportage van de onafhankelijke deskundige het meest betrouwbaar. De beslissing is genomen met het oog op continuïteit, hechting en het belang van het kind, waarbij de pleegouders worden erkend voor hun inzet. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd met de verplichting tot plaatsing bij oom en tante uiterlijk 6 mei 2006.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd met de verplichting tot plaatsing bij oom en tante uiterlijk 6 mei 2006.