ECLI:NL:RBGRO:2006:AV2114
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verkeersongeval met dodelijke afloop door onvoldoende voorrang verlenen bij linksaf slaan
Op 15 juli 2005 sloeg verdachte met zijn personenauto linksaf op een openbare weg, terwijl een motorrijder hem links wilde inhalen. Verdachte heeft onvoldoende gelet op het achterliggende verkeer en de motorrijder niet tijdig opgemerkt of voor laten gaan, waardoor een botsing ontstond. De motorrijder kwam ten val en overleed aan de gevolgen van het ongeval.
De rechtbank stelde vast dat de oorzaak van het ongeval mede aan de motorrijder kon worden toegerekend, onder meer vanwege mogelijk geen verlichting voeren en te hard rijden. Desondanks oordeelde de rechtbank dat verdachte als bestuurder een bijzondere manoeuvre uitvoerde en tijdig de motorrijder had moeten zien en voor laten gaan. Hierdoor veroorzaakte verdachte gevaar en hinder op de weg.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde, maar achtte het subsidiair tenlastegelegde bewezen: overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Gezien de ernst van het feit en het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld, legde de rechtbank een taakstraf van 40 uur op met een vervangende hechtenis van 20 dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur wegens het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval door onvoldoende voorrang te verlenen bij linksaf slaan.