ECLI:NL:RBGRO:2005:AV2535
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- M.M. Overes-Hulst
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en geen herstel dienstbetrekking na bedrijfseconomische omstandigheden
Eiseres trad op 4 oktober 2004 in dienst bij gedaagde als secretaresse. Door vertrek van advocaten ontstond een overschot aan secretaresses en werd haar functie overbodig. Partijen sloten een minnelijke regeling waarbij de arbeidsovereenkomst per 1 november 2005 werd ontbonden met een vergoeding.
Eiseres wenste haar functie voort te zetten toen een vacante secretaressefunctie in Groningen ontstond, maar gedaagde weigerde deze aan haar aan te bieden en plaatste een vacature. Eiseres vorderde in kort geding herstel van haar dienstbetrekking op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW Pro).
Gedaagde voerde verweer dat de ontbindingsbeschikking onherroepelijk is en alleen via rechtsmiddelen kan worden aangetast. Tevens zou art. 7:611 BW Pro geen grondslag bieden voor herstel van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen geldt en dat de beschikking bindend is. Ook het beroep op het Ontslagbesluit faalde.
De vordering tot herstel van de arbeidsovereenkomst werd daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot herstel van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege onherroepelijke ontbindingsbeschikking en gebrek aan grondslag in artikel 7:611 BW.