ECLI:NL:RBGRO:2005:AT3129
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling aflossingscapaciteit bij bezwaar
Eiser maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn aflossingscapaciteit door verweerder, waarbij het bezwaar deels werd gehonoreerd. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen het besluit op bezwaar en voerde nieuwe gronden aan die niet eerder waren ingebracht.
De rechtbank overwoog dat in beroep het bestreden besluit ex tunc wordt getoetst, maar dat nieuwe gronden die in een eerder stadium hadden kunnen worden ingebracht, niet in aanmerking worden genomen. Verweerder had eiser meerdere malen gewezen op het belang van het tijdig aanleveren van alle relevante gegevens.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet in de gelegenheid was geweest om zijn nieuwe gronden eerder aan te voeren. Daarom ging de rechtbank niet in op deze nieuwe gronden en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Groningen op 29 maart 2005. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de aflossingscapaciteit wordt ongegrond verklaard.