ECLI:NL:RBGRO:2004:AR4178
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Effectenlease-overeenkomst aangemerkt als huurkoopovereenkomst en verwijzing naar sector kanton
Dexia Bank Nederland en [V.] sloten op 26 juni 2000 een effectenlease-overeenkomst genaamd WinstVerDriedubbelaar, waarbij aandelen van verschillende bedrijven werden geleased tegen een rente van 0,96% per maand. De overeenkomst bevatte bepalingen over betaling in termijnen, eigendomsoverdracht onder opschortende voorwaarden en het gebruiksrecht van de aandelen.
[V.] stelde dat de overeenkomst moest worden aangemerkt als een huurkoopovereenkomst, omdat de aandelen voorwaardelijk waren overgedragen en hij het economisch risico droeg. Dexia betoogde dat het een sui generis effectenlease betrof, waarbij geen sprake was van koop op afbetaling omdat de eigendom pas na volledige betaling overging en er geen fysieke aflevering had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat de effectenlease-overeenkomst wel degelijk als huurkoop moet worden aangemerkt, mede op grond van artikel 7A:1576 lid 5 BW dat koop op afbetaling en huurkoop ook op vermogensrechten van toepassing kan zijn. De aflevering had plaatsgevonden door bijschrijving van de aandelen op naam van [V.] in de administratie van Dexia, en de betaling vond in meerdere termijnen plaats. De eigendomsoverdracht was automatisch bij volledige betaling, tenzij [V.] anders verzocht.
Gezien deze kwalificatie verklaarde de rechtbank de sector civiel onbevoegd en verwees de zaak naar de sector kanton. Tevens werd bepaald dat partijen niet verplicht zijn zich via procureur te laten vertegenwoordigen in het vervolg van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de sector civiel onbevoegd en verwijst de zaak naar de sector kanton.