ECLI:NL:RBGRO:2004:AO5488
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gevangenisstraf en TBS met bevel verpleging voor doodslag op meisje in Veendam
Op 23 september 2002 heeft verdachte in Veendam een meisje opzettelijk van het leven beroofd door de keel dicht te drukken, wat leidde tot verstikking en de dood van het slachtoffer. De rechtbank achtte niet bewezen dat sprake was van voorbedachten rade of verdrinking, waardoor moord en gekwalificeerde doodslag werden verworpen.
Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte, getuigen, forensisch onderzoek waaronder DNA-onderzoek dat het DNA van verdachte onder de nagels van het slachtoffer aantoonde, en pathologisch onderzoek dat verstikking door samendrukkend geweld op de hals als doodsoorzaak vaststelde. De rechtbank verwierp het verweer dat het DNA door overbrenging via een deurklink was gekomen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is wegens een ernstige persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken. Gezien de ernst van het feit, het leed voor de nabestaanden en het recidivegevaar, werd een gevangenisstraf van acht jaar opgelegd met een maatregel ter beschikkingstelling (TBS) met dwangverpleging.
Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen persoonlijke eigendommen van verdachte en het slachtoffer aan respectievelijk verdachte en de familie van het slachtoffer teruggegeven. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen op 12 maart 2004.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging voor doodslag op een meisje.