ECLI:NL:RBGRO:2003:AO1423
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bouwvergunning voor woninguitbreiding in strijd met ontwerpbestemmingsplan
Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Groningen, heeft op grond van artikel 50, zesde lid, Woningwet een bouwvergunning verleend voor de uitbreiding van een woning op een perceel te C. Dit bouwplan overschrijdt de bouwgrenzen van het ontwerpbestemmingsplan “Beijum 2003”, maar niet het vigerende bestemmingsplan. Verzoekers, omwonenden, hebben bezwaar gemaakt tegen deze vergunning omdat zij menen dat het bouwplan hun uitzicht, privacy en woongenot schaadt en in strijd is met het ontwerpbestemmingsplan.
De voorzieningenrechter overweegt dat het bouwplan als uitbreiding van het hoofdgebouw moet worden aangemerkt en dat de overschrijding van het bouwvlak niet gering is. Desondanks acht de rechter de belangenafweging van verweerder zorgvuldig en redelijk, waarbij de verruiming van bouwmogelijkheden in het ontwerpbestemmingsplan en het belang van vergunninghouder zwaarder wegen dan de belangen van verzoekers. De vermindering van lichtinval en uitzicht wordt niet als onevenredig beoordeeld.
Verzoekers hebben ook aangevoerd dat de bouwvergunning onrechtmatig is verleend en dat het bouwplan in strijd is met het ontwerpbestemmingsplan. De rechter stelt dat verweerder op grond van artikel 50, zesde lid, Woningwet bevoegd was de vergunning te verlenen ondanks de aanhoudingsplicht. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit naar voorlopig oordeel rechtmatig is en geen onverwijlde spoed tot schorsing vereist is.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen.