ECLI:NL:RBGRO:2002:AE1524
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- P.H.M. Smeets
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunningen prostitutie-inrichtingen
De burgemeester van Groningen heeft op 12 februari 2002 exploitatievergunningen voor meerdere prostitutie-inrichtingen van verzoekers ingetrokken voor een periode van twaalf maanden, omdat in deze inrichtingen prostituees werden aangetroffen zonder een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de intrekkingen te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of verzoekers belanghebbenden zijn en of de intrekking rechtmatig is. Vereniging Grodam en haar leden werden niet als belanghebbenden erkend, en verzoekster sub 1 werd ook niet als belanghebbende aangemerkt vanwege het ontbreken van een collectief belang dat losstaat van de individuele exploitanten.
De rechter concludeerde dat de burgemeester terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid op grond van artikel 95c, onder f, van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen (APVG) om vergunningen in te trekken bij het aantreffen van prostituees zonder geldige arbeidstitel. De argumenten van verzoekers dat de betrokken prostituees rechtmatig verblijf hadden op basis van de Vreemdelingenwet 2000 of Associatieovereenkomsten werden verworpen. De belangenafweging wees uit dat de nadelige gevolgen voor verzoekers niet onevenredig zijn ten opzichte van het doel van het beleid, namelijk het tegengaan van illegale prostitutie.
Ten slotte oordeelde de voorzieningenrechter dat de procedurele voorbereiding van de besluiten zorgvuldig was verlopen en dat verzoekers voldoende gelegenheid hadden gehad hun zienswijze kenbaar te maken. De voorlopige voorzieningen werden daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af en handhaaft de intrekking van de exploitatievergunningen voor twaalf maanden.