ECLI:NL:RBGRO:2002:AD9399
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot betaling koopsom en boete in kort geding over ontbindende voorwaarde bouwvergunning
In deze kortgedingprocedure staat centraal de uitleg en toepassing van een ontbindende voorwaarde in een koopovereenkomst van percelen en een boerderij te Grolloo. Gedaagde had de percelen gekocht met de voorwaarde dat hij tot 1 november 2001 een vergunning moest verkrijgen voor de bouw van een landhuis op het perceel 'de Oorsprong'.
Gedaagde stelde dat hij ook na die datum de vrijheid moest behouden om van de koop af te zien, onder verwijzing naar een vermeende 'de facto'-vergunning en de bedoeling van partijen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de taalkundige en redelijke uitleg van artikel 16 duidelijk Pro is: de ontbindende voorwaarde kon niet na 1 november 2001 worden ingeroepen en dat gedaagde geen vergunning had verkregen.
De voorzieningenrechter wees de vordering van eiser toe en veroordeelde gedaagde om binnen veertien dagen de koopsom van ruim € 1,2 miljoen plus wettelijke rente te voldoen, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van een boete van ruim € 54.000 met rente. De vordering tot aanvullende waarborgen werd afgewezen. Gedaagde werd in de kosten van het geding veroordeeld.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de koopsom en boete wegens niet tijdig verkrijgen van bouwvergunning.