Eisers kochten een bungalow nabij een voormalige vuilstortplaats en vorderden vernietiging van de koopovereenkomst wegens bedrog of dwaling, stellende dat verkoper Emslandermeer B.V. de aanwezigheid van de vuilstortplaats verzweeg. De rechtbank oordeelde dat de vuilstortplaats zich niet uitstrekte tot het perceel van de bungalow en dat bodemonderzoeken geen verontrustende verontreinigingen aantoonden die een mededelingsplicht zouden rechtvaardigen.
Eisers stelden daarnaast dat op het perceel opslag- en sloopactiviteiten van auto's hadden plaatsgevonden, maar konden dit onvoldoende onderbouwen. Ook werd betoogd dat de bungalow niet voldeed aan de eigenschappen die op grond van de koopovereenkomst mochten worden verwacht, maar dit werd afgewezen omdat het woongenot niet werd belemmerd en er geen sprake was van relevante vervuiling.
De rechtbank verwierp het beroep op bedrog en dwaling en wees ook de subsidiaire vorderingen tot ontbinding wegens wanprestatie af. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat een mededelingsplicht niet bestaat indien de vervuiling niet het perceel betreft en geen reëel risico vormt voor de koper.