ECLI:NL:RBGRO:2001:AF0396

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
30 maart 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
50210 / FT-RK 01-55
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. P. Evenhuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende minnelijk traject en financiële verantwoordelijkheid

De rechtbank Groningen behandelde op 30 maart 2001 het verzoek van X tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. X had een totale schuldenlast van circa 24.783 gulden, waarvan het merendeel in 2000 was ontstaan na contact met de Sociale Dienst in het kader van buitengerechtelijke schuldsanering. Ondanks pogingen tot schuldregeling had X meerdere keren haar woning moeten ontruimen wegens huurachterstanden en was er sprake van nieuwe schulden die niet in het minnelijk traject waren meegenomen.

Tijdens de zitting werd duidelijk dat X niet werd begeleid of gebudgetteerd en dat zij geen controle had uitgeoefend op bepaalde schulden, zoals telefoonkosten die door haar ex-partner waren gemaakt. De rechtbank oordeelde dat X deze schulden in het minnelijk traject had moeten melden en dat haar gedrag, waaronder het laten oplopen van huurschulden en het niet nakomen van financiële verplichtingen, wijst op een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

Gezien het ontbreken van een voldoende minnelijk traject en het gebrek aan financiële begeleiding achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat X de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zou nakomen. Daarom werd het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende minnelijk traject en gebrek aan financiële verantwoordelijkheid.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Groningen
eerste eenvoudige kamer
X
geboren op te P,
Voorheen wonende te Q,
afwijzing toepassing schuldsanering
Heeft op 9 maart 2001 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De X is gehoord ter zitting van 20 maart 2001, bijgestaan door Y.
Uit de overgelegde stukken, alsmede uit het verhandelde te zitting waaronder de verklaring van De X, is het volgende gebleken.
In het verzoekschrift staat vermeld dat de totale schuldenlast f. 24.783,01 bedraagt. Het merendeel van deze schulden is in 2000 ontstaan, nadat de X contact had gezocht met de Sociale Dienst van de gemeente Reigerland in het kader van een buitengerechtelijke schuldsanering. Het gaat hierbij om een totaalbedrag van ongeveer F.20.000,--.
X heeft tot drie maal toe een door haar gehuurde woning moeten ontruiming verband met achterstand in de huurbetaling. Tijdens de zitting heeft zij melding gemaakt van een nieuwe nota van de woningstichting die haar meest recentelijk bewoonde woning heeft laten ontruimen. De nota bedraagt F.2.270,-- en heeft betrekking op herstelkosten van deze woning en tuin.
Naast laatstvermelde schulden zijn er nog een drietal schulden van in totaal f. 10.000,-- die pas kort geleden bekend zijn geworden en zodoende niet zijn meegenomen in de buitengerechtelijke schuldsanering. Een van deze schulden heeft betrekking op telefoonkosten bij Debitel. X heeft gesteld dat deze kosten volledig zouden zijn gemaakt door haar ex-partner, terwijl zij de overeenkomst is aangegaan. X heeft geen enkele controle uitgeoefend op het gebruik van de desbetreffende telefoon en daarmee samenhangende kosten.
Naar het oordeel van de rechtbank had X deze schulden in het minnelijk traject dienen te melden aan de Volkskredietbank te Appingedam, aangezien deze instantie bezig was alle bekende crediteuren te benaderen met een voorstel. Bovendien is de rechtbank van oordeel, dat X die in feite was aangewezen op een bijstandsuitkering dan wel een WW-uitkering blijkt heeft gegeven van het laten oplopen van huurschulden, hetgeen resulteerde in drie ontruimingen van de door haar (mede) gehuurde woning. Zij heeft daarmee naar het oordeel van de rechtbank blijk gegeven van een tekortschietend besef van haar verantwoordelijkheid voor de voorziening van het bestaan.
X heeft ter zitting aangegeven dat zij niet wordt gebudgetteerd of anderszins financieel wordt begeleid.
De wijze waarop het merendeel van de schulden is ontstaan en het ontbreken van de financiële begeleiding geeft de rechtbank aanleiding te vrezen, dat X de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen. Dit leidt er toe dat het verzoek zal worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af;
Gewezen dor mr. J. P. Evenhuis, lid van de genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.