ECLI:NL:RBGRO:2001:AB0882
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.W.M. Vermeulen
- W.M. van Schuijlenburg
- A.H.J. Lennaerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij bezwaar tegen restauratieorgel Der AA-kerk
De rechtbank Groningen behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de burgemeester en wethouders van Groningen, die het bezwaar van eiser tegen een restauratievergunning voor het orgel van de Der AA-kerk niet-ontvankelijk hadden verklaard. Eiser stelde dat de restauratie het historische en integrale karakter van het wereldberoemde orgel zou aantasten.
De rechtbank stelde vast dat de Algemene wet bestuursrecht vereist dat een belanghebbende een rechtstreeks belang moet hebben dat hem onderscheidt van anderen. Hoewel eiser een grote betrokkenheid bij het orgel heeft getoond door onder meer concerten te organiseren, zelf te concerteren en een artikel te publiceren over restauratieprocedures, oordeelde de rechtbank dat deze activiteiten deels in het verleden liggen en niet meer relevant zijn voor het besluit. Het overige belang van eiser was te algemeen van aard en trof niet onevenredig zijn positie.
Daarom concludeerde de rechtbank dat eiser niet voldoet aan de criteria van belanghebbende in de zin van artikel 1:2 Awb Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees erop dat eiser nog een civiele procedure kan starten om onrechtmatigheid van het besluit te betwisten.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2001. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.