ECLI:NL:RBGRO:2001:AB0567
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit huursubsidie wegens onduidelijke verklaring huurcommissie
Eiser heeft bij verweerder een aanvraag ingediend voor huursubsidie voor de woning die hij huurt van zijn ouders. Verweerder baseerde zijn besluit tot afwijzing van de huursubsidie op een verklaring van de voorzitter van de huurcommissie, waarin werd vastgesteld dat sprake was van een all-in huurprijs vanwege meegeleverde roerende zaken zonder aparte vergoeding. Verweerder stelde dat eiser en zijn vader hiermee akkoord moesten zijn, omdat zij geen bezwaar bij de kantonrechter hadden gemaakt tegen deze verklaring.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring van de voorzitter van de huurcommissie geen besluit in de zin van de Awb is en dat tegen deze verklaring geen rechtsmiddelen openstaan. Hierdoor moet de juistheid van die verklaring worden betrokken bij de beoordeling van de huursubsidie. De voorzitter heeft echter niet aangegeven welke roerende zaken zijn meegeleverd, waardoor eiser niet adequaat verweer kan voeren.
Verweerder heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de aard van de meegeleverde roerende zaken, zoals gaskachels en een huurboiler, die eigendom zijn van eiser en zijn broer. Hierdoor is het besluit niet voldoende gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12, eerste lid, Awb. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de huursubsidie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onduidelijke verklaring van de huurcommissie.