ECLI:NL:RBGRO:2001:AA9923
Rechtbank Groningen
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over toepasselijkheid Awb bij vrijwillig verblijf in TBS-kliniek
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of de rechtbank het onderzoek kon sluiten wegens kennelijke onbevoegdheid op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat het betrof besluiten rondom het vrijwillig verblijf in de Dr. S. van Mesdagkliniek, een inrichting bestemd voor de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen.
Opposant verbleef met zekere regelmaat op vrijwillige basis in de kliniek en had verzocht om vrijwillige opname. De rechtbank onderzocht de tekst en ratio van artikel 1:6 Awb Pro, dat bepaalt dat de Awb niet van toepassing is op de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen en vrijheidsbenemende maatregelen in dergelijke inrichtingen. Uit de tekst volgt echter dat besluiten over vrijwillig verblijf niet van het Awb-regime zijn uitgesloten.
De rechtbank concludeerde dat er in redelijkheid twijfel mogelijk was over de toepasselijkheid van de Awb op deze besluiten, mede gelet op de bedoeling van wetgever om vermenging van strafrecht en bestuursrecht te voorkomen. Daarom was de rechtbank niet kennelijk onbevoegd en moest het verzet gegrond worden verklaard. De eerdere uitspraak van 18 oktober 2000 verviel en het onderzoek werd voortgezet.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet omdat de rechtbank niet kennelijk onbevoegd was.