ECLI:NL:RBGRO:2000:AA9506
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.H.M. Smeets
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking WAO-uitkering tijdens langdurige detentie
Verzoeker ontvangt sinds 1981 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Verweerder heeft bij besluit van 29 mei 2000 de WAO-uitkering ingetrokken per 1 juni 2000 omdat verzoeker sinds 4 juni 1998 gedetineerd is en de detentie langer dan een maand duurt. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze intrekking.
Verzoeker betoogde onder meer dat de uitsluiting van TBS-gestelden in de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) onvoldoende gemotiveerd is en strijdig met algemene bestuursrechtelijke beginselen en Europese regelgeving. Ook stelde hij dat zijn verlofstatus analoog moest worden behandeld en dat het zak- en kleedgeld ontoereikend is voor resocialisatie.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit rechtmatig is en dat geen uitzonderingssituatie is aangetoond die afwijking van de wet rechtvaardigt. Nader onderzoek zou niet bijdragen aan de beoordeling. Daarom verklaart de president het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open, behalve tegen de afwijzing van de voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.