ECLI:NL:RBGRO:2000:AA7046
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kuizenga
- De Jonge
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag tijdens ruzie met echtgenote onder invloed van alcohol
De rechtbank Groningen heeft op 7 september 2000 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het opzettelijk doden van zijn echtgenote in januari 1991. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn echtgenote met een hard voorwerp op het hoofd heeft geslagen en haar lichaam in een put heeft verborgen, waarna zij overleed.
Uit een rapport van het Pieter Baan Centrum bleek dat verdachte ten tijde van het delict weliswaar de ongeoorloofdheid van zijn daad kon inzien, maar in mindere mate dan gemiddeld in staat was zijn wil vrij te bepalen. De rechtbank concludeerde dat verdachte in enigszins verminderde mate toerekeningsvatbaar is. De gebeurtenis vond plaats tijdens een escalatie van een ruzie, waarbij verdachte onder invloed van alcohol handelde.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het delict, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken, en het leed van de nabestaanden. Verdachte had na het delict geprobeerd sporen te wissen en de politie te misleiden, wat het leed van de nabestaanden vergrootte.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaren, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. Verdachte werd vrijgesproken van de meer ernstige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor doodslag op zijn echtgenote met verminderd toerekeningsvatbaarheid.