ECLI:NL:RBGRO:2000:AA7033
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.J.W.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang uitgeprocedeerde asielzoeker
Verzoeker, een Chinese nationaliteit hebbende uitgeprocedeerde asielzoeker, is sinds 1993 in Nederland en heeft zonder geldige reisdocumenten een asielaanvraag ingediend. De Staatssecretaris van Justitie heeft in 1995 een last tot uitzetting gegeven, waarna verzoeker geen recht meer heeft op opvang volgens de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva). Verweerder, het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA), heeft op 6 april 2000 besloten de verstrekkingen, waaronder huisvesting, te beëindigen en verzoeker te verplichten het vertrekcentrum te verlaten.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de opvang te continueren totdat op het bezwaar is beslist. De president oordeelt dat het niet duidelijk is of verzoeker voldoende heeft meegewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en vertrek, waardoor de bezwaarprocedure de juiste weg is om dit te onderzoeken. Gezien het belang van verzoeker bij opvang en de onzekerheid over zijn inspanningsverplichting, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.
De president schorst het besluit van 6 april 2000 en bepaalt dat het COA het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoeker moet vergoeden. Het geschil draait om de vraag of verweerder terecht heeft geoordeeld dat verzoeker onvoldoende heeft meegewerkt, waarbij onduidelijkheden bestaan over diverse feiten en onderzoeken. Het besluit is genomen in afwijking van de Rva en betreft een begunstigende voorziening die terughoudend wordt getoetst.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van opvang wordt geschorst totdat op het bezwaar is beslist en het COA wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.