ECLI:NL:RBGRO:2000:AA6729
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- P.J.W.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking WAO-uitkering wegens langdurige detentie
Verzoeker ontvangt sinds 1981 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Op 29 mei 2000 heeft verweerder de uitkering ingetrokken met ingang van 1 juni 2000, omdat verzoeker sinds 4 juni 1998 gedetineerd is en deze detentie langer dan een maand duurt. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitkering te behouden.
De president overweegt dat de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) en artikel 43, vijfde lid, WAO bepalen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt ingetrokken indien iemand rechtens zijn vrijheid is ontnomen en deze situatie langer dan een maand duurt. Verzoeker valt onder deze regeling en maakt geen deel uit van de uitzonderingscategorieën die in het Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid zijn genoemd.
Verzoekers betoog dat TBS-gestelden ten onrechte zijn uitgesloten van de regeling wordt verworpen, mede gelet op de wetsgeschiedenis en de keuze van de wetgever om TBS niet als uitzondering aan te merken. Ook het beroep op het EVRM wordt niet gehonoreerd, omdat het Europese Hof een ruime beoordelingsvrijheid aan staten toekent op het gebied van sociale zekerheid.
De president concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de WAO-uitkering wegens langdurige detentie wordt afgewezen.