ECLI:NL:RBGRO:2000:AA6711
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht niet correct vastgesteld
Eiseres ontving bijstand van 1 januari 1996 en verrichtte gedurende twee jaar werkzaamheden zonder betaling in een café, wat zij niet had gemeld. Verweerders herzagen het recht op bijstand over september 1996 tot augustus 1998 en vorderden een bedrag van ƒ26.947,62 terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank oordeelt dat verweerders terecht de bijstand herzien hebben, omdat eiseres haar verplichtingen niet is nagekomen.
De rechtbank stelt echter vast dat de wijze van herziening en de berekening van het terugvorderingsbedrag onjuist zijn, onder meer omdat rekening had moeten worden gehouden met een vakantieperiode en niet met arbeidsongeschiktheid. De zogenaamde zesmaandenjurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is niet zonder meer van toepassing vanwege het dwingende karakter van de terugvorderingsbepalingen in de Abw.
De anonieme fraudemelding vormde geen concreet signaal dat onmiddellijke terugvordering vereiste, zodat verweerders geen algemeen beginsel van behoorlijk bestuur hebben geschonden. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerders worden veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot terugvordering vernietigd wegens onjuiste herziening en vaststelling van het terugvorderingsbedrag.