ECLI:NL:RBGRO:1999:AF0373

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
5 oktober 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
RK 99.393
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.H. Praktijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 lid 1 onder e FW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Zij is gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met haar echtgenoot, die reeds tot schuldsanering is toegelaten. Tijdens de zitting verklaarde de bewindvoerder dat er fraudevorderingen van de Sociale Diensten op verzoekster en haar echtgenoot rusten, welke niet zijn vermeld in de verklaring ex artikel 285 lid 1 onder Pro e FW.

Verzoekster heeft deze stellingen niet overtuigend kunnen weerleggen. De rechtbank concludeert op basis van de verstrekte informatie en het gebrek aan overtuigend commentaar dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of het onbetaald laten van de schulden.

Hierdoor wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. De uitspraak is gedaan door de vice-president van de rechtbank Groningen tijdens een openbare zitting op 5 oktober 1999.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Groningen,
eerste enkelvoudige kamer
X. , geboren op ... te ...,
wonende te P. ,
hierna te noemen "verzoekster",
heeft op 22 september 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Verzoekster is gehoord ter zitting van 5 oktober 1999.
Uit de stukken, alsmede uit het verhandelde ter terechtzitting, waaronder de verklaring van verzoekster zelf, is het volgende gebleken.
Verzoekster is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met Y. Haar echtgenoot is bij vonnis van 13 juli 1999 toegelaten tot de schuldsanering. In deze schuldsanering is mevrouw Tap tot bewindvoerder aangesteld.
Ter terechtzitting heeft de bewindvoerder onder meer verklaard dat de Sociale Diensten van de gemeenten Veendam en Groningen fraudevorderingen op zowel verzoekster als haar echtgenoot hebben voor de respectievelijke bedragen van f 8.954,57 en f 1.347,09. In de verklaring ex artikel 285 lid 1 onder Pro e FW van de gemeente Grootegast, die bij het verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling door verzoekster is overgelegd, zijn deze fraudevorderingen niet vermeld.
Verzoekster heeft de stellingen van de bewindvoerder niet overtuigend weersproken.
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de door de bewindvoerder verstrekte informatie en het niet overtuigende commentaar van verzoekster daarop, de conclusie gerechtvaardigd is dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden niet te goeder trouw is geweest. Dit leidt ertoe dat het verzoek dient te worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Gewezen door mr J.H. Praktiek, vice-president, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 oktober 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.