ECLI:NL:RBGRO:1999:AF0373
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H. Praktijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Zij is gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met haar echtgenoot, die reeds tot schuldsanering is toegelaten. Tijdens de zitting verklaarde de bewindvoerder dat er fraudevorderingen van de Sociale Diensten op verzoekster en haar echtgenoot rusten, welke niet zijn vermeld in de verklaring ex artikel 285 lid 1 onder Pro e FW.
Verzoekster heeft deze stellingen niet overtuigend kunnen weerleggen. De rechtbank concludeert op basis van de verstrekte informatie en het gebrek aan overtuigend commentaar dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of het onbetaald laten van de schulden.
Hierdoor wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. De uitspraak is gedaan door de vice-president van de rechtbank Groningen tijdens een openbare zitting op 5 oktober 1999.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.