ECLI:NL:RBGRO:1999:AF0364

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
7 september 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
40382 FT-RK 99.256
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.P. Evenhuis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming informatieplicht

De schuldenaar heeft op 8 juli 1999 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de eerste behandeling op 13 juli 1999 verklaarde hij de benodigde verklaring ex artikel 285 Faillissementswet Pro zo spoedig mogelijk te zullen aanleveren. De behandeling werd aangehouden tot 10 augustus 1999 en vervolgens tot 24 augustus 1999 op verzoek van de schuldenaar.

Op 24 augustus 1999 verscheen namens de schuldenaar zijn vader, die meldde dat de schuldenaar wegens persoonlijke omstandigheden niet aanwezig kon zijn en dat de benodigde gegevens nog niet aan de gemeente waren verstrekt. De rechtbank stelde de schuldenaar bij brief van 24 augustus 1999 nogmaals in de gelegenheid de gegevens te overleggen en hield de behandeling aan tot 7 september 1999.

De schuldenaar verscheen niet op de zitting van 7 september 1999 en gaf per fax aan niet in staat te zijn te verschijnen. De rechtbank concludeerde dat de schuldenaar niet of moeilijk in staat is gemaakte afspraken na te komen en dat het niet tijdig verstrekken van informatie de vrees wekt dat hij ook zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen. Daarom werd het verzoek afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet-nakoming van de informatieplicht door de schuldenaar.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Groningen,
Eerste enkelvoudige kamer
X. geboren op ...
wonende te P.
hierna te noemen de schuldenaar,
heeft op 8 juli 1999 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De behandeling van bovenvermeld verzoekschrift heeft voor het eerst plaatsgevonden op 13 juli 1999, alwaar de schuldenaar is verschenen, die verklaarde dat hij zo spoedig mogelijk de verklaring als bedoeld in artikel 285 van Pro de Faillissementswet van de gemeente zal laten opmaken en deze bij de volgende behandeling mee zal nemen.
Vervolgens is de behandeling aangehouden tot 10 augustus 1999, welke behandeling op schriftelijk verzoek van de schuldenaar is aangehouden tot 24 augustus 1999. Op 24 augustus 1999 is namens de schuldenaar zijn vader, de heer X., ter terechtzitting verschenen, die meedeelde dat zijn zoon wegens persoonlijke omstandigheden niet ter zitting aanwezig kon zijn en dat zijn zoon de gegevens, die de gemeente nodig heeft om eerdergemelde verklaring ex artikel 285 lid 1 op Pro te stellen, nog steeds niet aan de gemeente had toegezonden.
De rechtbank heeft hierna de behandeling aangehouden tot 7 september 1999 om de schuldenaar voor de laatste keer in de gelegenheid te stellen de gewenste gegevens alsnog over te leggen aan de rechtbank. De rechtbank heeft hem daartoe bij brief van 24 augustus 1999 uitgenodigd. Op 7 september 1999 is de schuldenaar niet verschenen. Hij heeft bij fax van 7 september 1999 aan de rechtbank meegedeeld dat hij niet in staat is om naar de terechtzitting te komen.
Uit het voorgaande leidt van de rechtbank af dat de schuldenaar niet, dan wel moeilijk in staat moet worden geacht gemaakte afspraken na te komen. Uit het niet, dan wel niet tijdig verstrekken van informatie met betrekking tot zijn financiële en maatschappelijke omstandigheden, put de rechtbank de vrees dat de schuldenaar ook zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen. Dit leidt ertoe dat het verzoek dient te worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Gewezen door mr J.P. Evenhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.