ECLI:NL:RBGRO:1996:AA5513
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Wessels
- Wieland
- Foy
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling voor afpersing na schending verhoorrechten verdachte
De rechtbank Groningen behandelde een strafzaak waarin verdachte werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten. Primair werd betoogd dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege ernstige procesrechtelijke schendingen tijdens de verhoren. Subsidiair werd gesteld dat belastende verklaringen onrechtmatig waren verkregen en derhalve niet tot bewijs mochten worden toegelaten.
De rechtbank oordeelde dat het pressieverbod van artikel 29 Sv Pro. was overtreden door de gebruikte verhoormethode, waaronder langdurige verhoren, het tonen van confronterende foto's en het gebruik van intimidatie en misleiding. Ondanks deze schendingen werd het OM niet niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen grove veronachtzaming of doelbewuste schending van rechten was vastgesteld.
De belastende verklaringen van 2 en 3 november 1995 werden als onrechtmatig verkregen aangemerkt en mochten niet als bewijs dienen, evenals daarop volgende verklaringen die daarvan het gevolg waren. De rechtbank achtte echter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte afpersing had gepleegd, gepleegd door twee of meer verenigde personen, en veroordeelde hem tot vijf jaar gevangenisstraf.
Daarnaast werd twee stroomstootwapens onttrokken aan het verkeer en werd het inbeslaggenomen geld teruggegeven aan de erfgenamen van het slachtoffer. De straf werd verminderd met de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis had doorgebracht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van enkele feiten en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor afpersing.