Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:981

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
10 februari 2026
Zaaknummer
11146651
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling factuur geleverde zorg toegewezen na onvoldoende betwisting uren

In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van een factuur voor geleverde zorg aan een cliënt in augustus 2021. Eiseres onderbouwt haar factuur met een rooster en geklokte uren van zorgverleners. Gedaagden betwisten enkele uren, met name op 2 en 8 augustus 2021, en stellen dat op die dagen minder of geen zorg is verleend.

Gedaagden hebben echter geen concrete en onderbouwde bewijsstukken overlegd die hun stellingen ondersteunen. De kantonrechter oordeelt dat gedaagden onvoldoende gemotiveerd hebben betwist dat de gefactureerde uren juist zijn. De documenten die zij overleggen hebben betrekking op andere dagen en zijn niet concreet genoeg.

Daarnaast vordert eiseres buitengerechtelijke incassokosten, welke worden toegewezen omdat gedaagden als consument niet tijdig hebben betaald en de aanmaningen aan de wettelijke eisen voldoen. Ook worden proceskosten en wettelijke rente toegewezen.

De kantonrechter veroordeelt gedaagden tot betaling van de hoofdsom, incassokosten, proceskosten en rente, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de factuur, incassokosten, proceskosten en wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11146651 \ CV EXPL 24-4752
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. T. Mimpen,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[gedaagde 2],
te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
gemachtigde: mr. K. Wevers.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 november 2024
- de akte van [eiseres] van 5 januari 2025
- de akte van [gedaagden] van 12 februari 2025
- de mondelinge behandeling van 30 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis van 21 november 2024 is het volgende overwogen:
“Ten aanzien van de gefactureerde uren geldt het volgende. [eiseres] heeft haar factuur onderbouwd met een rooster voor de maand augustus 2021 en overzichten van de geklokte uren van de zorgverleners die in augustus 2021 zorg aan [naam 1] hebben verleend. [eiseres] heeft gefactureerd volgens de ingeroosterde uren. De daadwerkelijk verleende zorguren zijn er zelfs nog meer, aldus [eiseres] . [gedaagden] heeft in aanloop van de procedure meerdere keren verzocht om een overzicht van de daadwerkelijk verleende zorguren. Het overzicht van de geklokte uren van de zorgverleners is in aanloop naar de mondelinge behandeling verstrekt. [gedaagden] heeft deze gegevens niet eerder tot zijn beschikking gehad. Op de mondelinge behandeling heeft [gedaagden] vervolgens gesteld dat een aantal uren aantoonbaar niet juist zijn geklokt. Zo is er op 2 augustus 2021 geen zorg aan [naam 1] verleend, omdat [gedaagde 1] ’s middags met hem bij het slaapcentrum was en is [gedaagde 1] op 8 augustus 2021 eerder thuis gekomen (en heeft hij de betreffende zorgverlener eerder afgelost) vanwege een ongelukje met [naam 1] . [gedaagden] heeft aangegeven dat hij over documenten beschikt waarmee hij zijn standpunt kan onderbouwen, bijvoorbeeld een bevestiging van de afspraak in het slaapcentrum. Gelet op het feit dat [gedaagden] kort voor de zitting pas de beschikking heeft gekregen over de overzichten van de geklokte uren, zal de kantonrechter hem in de gelegenheid stellen om bij akte aan te geven en te onderbouwen welke uren volgens hem niet juist zijn geklokt.”
2.2.
[gedaagden] heeft vervolgens op 5 januari 2025 een akte genomen waarin hij aanvoert dat zo goed als mogelijk is geprobeerd om bewijs te vergaren. Echter, oude zorgverleners wilden geen verklaring opstellen of ondertekenen en doordat het nu al een aantal jaar geleden is, is het onmogelijk om voor concrete uren en dagen na te gaan hoe het exact zit. [gedaagden] verwijst naar bijlagen die betrekking hebben op 16 september 2021 en 3 augustus 2021, maar deze zitten niet aan de akte gehecht. Tijdens de mondelinge behandeling op 27 november 2025 zijn deze bijlagen door [gedaagden] (nogmaals) overlegd.
2.3.
[eiseres] reageert per akte van 12 februari 2025 op de akte van [gedaagden] Zij komt tot de conclusie dat [gedaagden] de juistheid van het aantal gefactureerde uren niet gemotiveerd heeft betwist.
2.4.
De kantonrechter is, gelet op de door partijen overgelegde aktes en hetgeen zij hebben toegelicht tijdens de laatste mondelinge behandeling, van oordeel dat [gedaagden] onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat het door [eiseres] gedeclareerde aantal uren juist is. Van de dagen die [gedaagden] in twijfel trekt, te weten 2 augustus 2021 en 8 augustus 2021, levert hij geen onderbouwing van zijn standpunt dat er op deze dagen geen of minder zorg door [eiseres] is verleend. De tijdens de mondelinge behandeling overgelegde en in zijn akte benoemde documenten hebben betrekking op andere dagen. Dat er een wijziging heeft plaatsgevonden in het aantal gewerkte uren, zoals dat geregeld pas om 8 uur werd begonnen in plaats van 7 uur en er eerder kon worden gestopt, is door [gedaagden] niet geconcretiseerd en onderbouwd. Kortom, [gedaagden] is er niet in geslaagd te onderbouwen dat door [eiseres] meer uren zijn gefactureerd dan overeengekomen en gewerkt. De conclusie is dan ook dat [gedaagden] de factuur van [eiseres] zal moeten betalen. Eveneens dient hij de wettelijke rente zoals is gevorderd en niet gemotiveerd is weersproken te betalen.
2.5.
[eiseres] vordert daarnaast vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagden] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [eiseres] heeft aan [gedaagden] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Daarom zal een bedrag van € 650,26 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
2.6.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
- buitengerechtelijke incassokosten
5.505,25
650,26
+
Totaal
6.155,51
2.7.
[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
114,71
- griffierecht
524,00
- salaris gemachtigde
1.017,00
(3 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.790,71
2.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 5.505,25, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 oktober 2021, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagden] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 650,26 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, met ingang van 27 maart 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van € 1.790,71, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Braaksma en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.
32548 / 66349