Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
hij op of omstreeks 16 oktober 2025 te Arnhem
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren,
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne,
voorwerpen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, te weten:
- een hoeveelheid (ongeveer 6,13 gram) cocaïne (in meerdere (47) gripzakjes en/of bolletjes en/of wikkels verpakt),
- een geldbedrag (ongeveer 1240,- euro in verschillende coupures),
- meerdere bankpassen op andermans naam, en/of
- twee, althans meerdere, telefoons,
waarvan verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het
plegen van dat feit;
hij op of omstreeks 16 oktober 2025 te Arnhem
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 6,13 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem
een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,
te weten een pistoolmitrailleur, van het merk PPS, type/model 43, kaliber 7.26x25 mm (met
wapennummer [nummer] ) zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren
voorhanden heeft gehad;
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 88, althans een of meerdere, kogelpatronen van het kaliber 7.62x25 mm Tokarev en/of
- 19, althans een of meerdere, kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm
voorhanden heeft gehad;
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem
opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 20,93 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende MDMA, zijnde MDMA
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem
opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 73,04 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
“Ik heb misschien wel spullen bij me die ik niet bij me mag hebben”. Bij de fouillering werden in de rechterbroekzak van verdachte 47 gripzakjes met inhoud aangetroffen. In de nektas van verdachte werd daarnaast een wikkel met daarin twee bolletjes met inhoud, meerdere bankpassen op een andere naam dan die van verdachte, twee mobiele telefoons en een contant geldbedrag van € 1.240,- in coupures van € 50,-, € 20,- en € 5,- aangetroffen. [3] Uit later onderzoek bleek dat de inhoud van de gripzakjes en de wikkel in totaal 6,13 gram cocaïne betrof. [4]
een meerdere of mindere mate’ van bewustheid inhoudt dat verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of tot de exacte locatie van dat wapen. Beschikkingsmacht kan blijken uit feitelijke zeggenschap over de ruimte waarin het wapen of de munitie zich bevindt. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat verdachte zulke bewustheid heeft gehad.
3.De bewezenverklaring
hij op
of omstreeks16 oktober 2025 te Arnhem
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken
en/of vervoeren,
van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne,
voorwerpen, stoffen, gelden en
/ofandere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, te weten:
- een hoeveelheid (ongeveer 6,13 gram) cocaïne (in meerdere (47) gripzakjes en
/ofbolletjes en
/ofwikkels verpakt),
- een geldbedrag (ongeveer 1240,- euro in verschillende coupures),
- meerdere bankpassen op andermans naam, en
/of- twee
, althans meerdere,telefoons,
waarvan verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het
plegen van dat feit;
hij op
of omstreeks16 oktober 2025 te Arnhem
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 6,13 gram,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij
op een of meerderetijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem
een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,
te weten een pistoolmitrailleur, van het merk PPS, type/model 43, kaliber 7.26x25 mm (met
wapennummer [nummer] ) zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren
voorhanden heeft gehad;
hij op
een of meerderetijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- 88,
althans een of meerdere,kogelpatronen van het kaliber 7.62x25 mm Tokarev en
/of- 19,
althans een of meerdere,kogelpatronen van het kaliber 9x19 mm
voorhanden heeft gehad;
hij op
een of meerderetijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem
opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 20,93 gram,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA,zijnde MDMA
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op
een of meerderetijdstippen in
of omstreeksde periode van 1 februari 2025 tot en met 21 februari 2025 te Arnhem
opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 73,04 gram,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.